Bewering onder de loep:

Doc S4/04/17

Onze conclusie

NIET WAAR

Diverse wetenschappelijke studies hierover tonen aan dat er geen formeel enkelvoudig verband bestaat tussen vitamine C-inname en niersteenvorming. Normaal gebruik van voedingssupplementen verhoogt het risico op nierstenen niet.

Er wordt soms beweerd dat vitamine C nierstenen zou veroorzaken. Misschien is dit gebaseerd op het feit dat nierstenen hoofdzakelijk bestaan uit calciumoxalaat en dat anderzijds vitamine C in het lichaam kan omgezet worden tot oxaalzuur (oxalaat).

Er zouden een 60-tal factoren zijn die de vorming van nierstenen kunnen beïnvloeden en een meervoud van die factoren is nodig om inderdaad tot die vorming over te gaan.

Diverse studies tonen aan dat een enkelvoudig verband tussen Vitamine C en niersteenvorming niet bestaat en in sommige gevallen zou Vitamine C zelfs de vorming van nierstenen kunnen afremmen.

EFSA (2004) besloot dan ook : “While there is uncertainty whether high intakes of vitamin C increase renal excretion of oxalate which could increase the risk of renal stones, an increased risk of kidney stones was not found in individuals with habitual intakes of 1,5 g/day.” Vermits de maximaal toegelaten dosis in voedingssupplementen in België 1g/dag bedraagt, kan de normale inname van deze voedingssupplementen het risico op nierstenen niet verhogen.

Een extra veiligheid is ingebouwd in het feit dat voedingssupplementen die 1,5g calcium bevatten al snel bestaan uit 6 tot 10 tabletten. Om het gestelde maximum te overschrijden moet dus een praktisch onmogelijk hoog aantal tabletten ingenomen worden, wat in de praktijk zo goed als uitgesloten is.

We vermelden hieronder een aantal belangrijke studies. Daarnaast zijn er nog talloze anekdotische studies. Er zijn ook diverse studies met dieren met gelijklopende conclusies.

 

  1. EFSA (2004) Opinion of the Scientific Panel on Dietetic Products, Nutrition and Allergies on a request from the Commission related to the Tolerable Upper Intake Level of Vitamin C (L-Ascorbic acid, its calcium, potassium and sodium salts and L-ascorbyl-6-palmitate). The EFSA Journal (2004) 59, 1-21

  2. Curhan e.a. (1999): 85.557 vrouwen. Opvolging gedurende 14 jaar  geen significant verband tussen inname van Vitamine C en ontwikkeling van nierstenen.

  3. Curhan e.a. (1996): 45.251 mannen. Geen significant verband tussen ontwikkeling van nierstenen en inname van Vitamine C (250 mg/1500 mg).

  4. Gerster (1997): Minder nierstenen vastgesteld bij hogere dosering Vitamine C.

  5. Simon en Hudes (1999): Elke 10 mg per 100 ml toename van de Vitamine C-spiegel in het bloed toont een onafhankelijk verband met 28% afname van het optreden van nierstenen bij mannen.

  6. Schmidt e.a. (1981): Bij toenemende inname van Vitamine C treedt er een nivellering op van de oxalaatproductie. Grotere hoeveelheden Vitamine C worden niet omgezet tot oxalaat.

  7. Takenouchi e.a. (1966): De metabole afbraak van Vitamine C volgt niet noodzakelijk de hele route tot aan oxalaat. Bij hogere innames van Vitamine C neemt de uitscheiding van diketogluconzuur via de urine toe.

  8. Lamden en Chrystowski (1954): Vitamine C innames tot 4000 mg geven geen aanleiding tot toename van oxalaatexcretie.

  9. Hagler en Herman (1973): Glycine is waarschijnlijk de grootste bron van glyoxylaat, dat de grootste rechtstreekse precursor van oxalaat is. Ook de 2 aminozuren fenylalaline en asparaginezuur, aanwezig in aspartaam, leiden tot oxalaat.

  10. Zarembski en Hodgkinson (1962): Thee is waarschijnlijk in het gemiddelde Engelse voedingspatroon de belangrijkste bron van oxalaat.

  11. Schwille e.a. (2000): Vitamine C verhindert de vorming van calciumoxalaatkristallen bij mensen met een voorgeschiedenis van steenvorming.